Redenen om niet meer te willen leven…

Nieuwsbrief ontvangen?

Daisha de Wijs
01/02/2024
Gemiddelde leestijd: 11 minuten
Mag ik je wat vragen?
Ik wil minder afhankelijk worden van Facebook om mijn lezers te bereiken. Als je je
aanmeldt voor mijn nieuwsbrief, dan ontvang je wekelijks als eerste mijn nieuwste artikel.
Klik hier om je aan te melden
Toen ik 13 jaar was pleegde een vriend – 16 jaar oud – zelfmoord. Zo’n 65 jaar geleden, het was in 1960, was zo’n daad een schande. Die jongen, Gerard, mankeerde natuurlijk van alles, en de ouders kregen de schuld van wat er was gebeurd. Wij wisten dat het niet zo was.
Hij verloor het gevecht
Zo jong als ik was, dacht ik dat ik daar juist de schuldige van was. Ik zie hem nog steeds voor me, een boom van een vent, de sterkste jongen van de hele buurt. Niemand kon tegen hem op. Hij was een bijzonder mens, als je problemen had dan wás hij er voor je. Zo sterk als hij was, zo sterk was hij als sociaal mens. Zacht, lief, behulpzaam en altijd bereid om je waarmee dan ook te helpen.
In mijn jonge jaren was ik nogal een felle. Werd er iemand gepest, en ik zag dat dan ging ik naar de pester toe, legde hem op de grond en ging ik er bovenop zitten. En met mijn toen al zware gewicht kon je dan écht geen kant meer op. Vervolgens liet ik de pester roepen om ‘genade’. Waarom genade? Ik weet het niet, het klonk voor mij als ‘ik zal het nooit meer doen’.
Zo verloor iedereen van me. Totdat Gerard zei: ‘tegen mij kun je niet op’. Dat liet ik niet op me zitten. We gingen vechten – want daar was ik toen erg goed in – en ik won. Wát een overwinning! Maar helaas was mijn vreugde van korte duur, twee weken daarna pleegde hij zelfmoord…
Schuldgevoel
Zijn ouders – zijn ontzettend lieve ouders – waren er helemaal kapot van. Hij was de oudste, de liefste, de behulpzaamste, de sterkste. Hij had nog een heel leven voor zich en iedereen mocht hem graag. Niemand begreep het. Was het omdat ik van hem had gewonnen? Want als kind denk je in die termen, alsof dat de doorslag zou hebben gegeven. Jarenlang heb ik daar een schuldgevoel over gehad.
Later ben ik hem gaan begrijpen toen ik zelf in die situatie kwam. Ik was, 22 jaar oud toen ik mijn dochter kreeg. Mijn tweede kind. Voor de tweede keer had ik een zwangerschapsvergiftiging tijdens de zwangerschap. Ik moest drie maanden liggen, net als bij mijn eerste kind. Weer vreesden de dokters voor mijn of mijn dochters leven of van allebei. Het ging goed allemaal, tenminste…voor wat je kon zien op dat moment.
Mijn dochter en ook mijn eerste zoon werden door de druk met een hersenbeschadiging geboren. Op het moment dat ze geboren werd wist ik: ‘dit is wéér niet goed gegaan’. Mijn hormonenhuishouding was na haar geboorte totaal verstoord. Ik kreeg ineens overal beharing, vreselijk vond ik dat, 22 jaar oud. Nooit had ik beharing gehad en nu kreeg ik het overal. Mijn benen, mijn borst, mijn kin.
Daarbij had ik een groot schuldgevoel dat nu voor de tweede keer mijn kind met een hersenbeschadiging werd geboren. Ik kreeg medicijnen om de hormonen weer goed te krijgen maar wat niemand in de gaten had, ik zelf ook niet, was dat ik een postnatale depressie had. Achteraf bleek dat de medicijnen die ik toen kreeg als bijwerking ‘depressiviteit’ hadden.
Het komt goed…
Het werkte dus driedubbel: ik voelde me geen goede moeder, een postnatale depressie en medicijnen die depressiviteit veroorzaakten. Plus, dat ik voelde – wist – dat mijn man vreemdging. Langzaam, heel langzaam, ontstond het gevoel dat ik niet meer wilde leven. Ik was inmiddels 23 jaar oud en ik zag het leven écht niet meer zitten.
Ik dacht: ‘als ik er niet meer ben, dan hebben de kinderen geen slechte moeder meer. En kan mijn man met een ander verder. Dan zijn de problemen opgelost van alles wat ik nu aan het veroorzaken ben.’ Ik probeerde er af en toe over te vertellen, maar dan wuifde men het weg met:
‘Ach, het komt wel weer goed. Je zit nu in een dip, maar dat gaat wel weer over.’ Of:
‘Nee er is niets aan de hand, je kinderen zijn gezond en je hebt een óntzettend lieve man… Nee hoor, die gaat écht niet vreemd hoor!’
Of: ‘Pieker maar niet, je knapt écht wel weer op. Wacht maar, het komt allemaal weer goed.
De drang werd steeds sterker
Iedereen zei het, hoe vaak heb ik dat toen moeten horen… maar het kwám niet goed! De drang om er een einde aan te maken werd steeds sterker. Een paar keer stond ik ’s nachts bij het spoor. Ik wilde mezelf voor de trein gooien. Maar ik kón het niet. Ik had er de moed niet voor. Ik was bang dat ik op het laatste moment weg zou springen en dat ik dan misschien een been zou moeten missen en dat vond ik een vreselijke gedachte.
We woonden driehoog. Een paar keer stond ik ’s nachts op het balkon om naar beneden te springen. Maar ook dáár ontbrak me de moed voor: veronderstel dat ik invalide zou worden? Dan zou ik iedereen nóg meer belasten…
Ik ging medicijnen opsparen, ik nam ze niet meer in maar verzamelde ze. Mijn gedachte was om het op díe manier te doen. Op een gegeven moment zou ik ze dan innemen zodat iedereen van me verlost zou zijn. Ik zou dan iedereen weer zijn eigen leven teruggeven zónder mij.
Maar de medicijnen waren te weinig om me te doden. Ik sliep twee dagen, en werd weer wakker. Niemand begreep waarom ik dit had gedaan, en de verwijten bevestigden mij dat ik niet deugde. Zo worstelde ik een jaar lang met mezelf. De drang om uit het leven te stappen werd steeds groter en groter. Het was als een ‘worm’ die bezit van me had genomen. Ik kon aan niets anders meer denken.
Autistisch
Op een gegeven moment was het voor me duidelijk: ‘ik móest dood!’. Mijn kinderen waren ruim 2 jaar en nog geen jaar. Ik voelde me een ontzéttend slechte moeder, mede door de verwijten van mijn omgeving. Verwijten dat ik mijn kinderen in de steek liet. En vooral van mijn toenmalige man dat ik niets goed deed als moeder. Zelfs bij het consultatiebureau kreeg ik te horen dat ik het niet goed deed. Waarom? Ik mocht de baby niet uit bed halen als het huilde. Alles dat ik deed op mijn gevoel was fout, fout, fout.
Ik voelde me overál schuldig aan. En weer begon ik te sparen want ik kon écht niet meer… ik móest dood. De zorg voor de kinderen drukte zwaar en mijn man keek niet naar ze om. Hij zei: ‘ik wilde ‘gewone’ kinderen en niet zúlke kinderen’. En gaf me overal de schuld van!
De oudste bleek autistisch te zijn . Hij zou opgenomen moeten worden in een inrichting. Ik kon het niet. Ik kón hem niet daarnaar toebrengen. Helaas stond ik er toen helemaal alleen voor. De specialist zei: ‘als je hem niet naar het tehuis brengt dan kunnen we niets meer voor je doen’.
Mijn dochter bleek vér achter te zijn met alles. Wilde niet eten, niet lopen, zelfs met anderhalf jaar nog niet. En mijn man had ineens allerlei wilde seksfantasieën. Het was de hippie tijd, alles mocht, alles kon. Ik ging er een tijd lang mee, maar ik voelde me een hoer.
Verliefd
Op een gegeven moment werd ik verliefd. En wel op een oude liefde die ik voor mijn huwelijk nog had gekend. Maar dat kón niet, dat dééd je niet. Ook daar voelde ik me slecht over. Terwijl iedereen dacht dat ik zo sterk was, men dacht dat ik het allemaal aankon. Ik lachte als men vroeg: hoe gaat het met je. En zei dat het goed met me ging. Maar ondertussen was er steeds de ‘worm’ die steeds meer bezit van me nam.
Daarbij kwam nog mijn helderziendheid, waar ik helemaal niets mee kon op dat moment. De muren vlogen me aan. Ik werkte niet meer en dat was voor mij altijd een uitvlucht geweest. Ik wilde alle tijd hebben voor mijn kinderen, en had me voorgenomen: de eerste paar jaar van hun leven blijf ik thuis.
Niet meer bereikbaar
Op een gegeven moment kon het niet langer met mijn zoon, hij ging steeds meer achteruit. Hij was nauwelijks meer bereikbaar. En ik bracht mijn zoon naar ‘De Ederhorst’ te Ede. Een kliniek die nog niet zo lang gespecialiseerd was in autisme. Dat was voor mij de ‘druppel’. In plaats van dat hij opknapte ging hij nog meer achteruit. Was hij voor mij toch nog min of meer bereikbaar geweest, nu was hij voor niemand meer bereikbaar.
Het gevoel van een slechte moeder, een slechte partner, een zwakkeling werd steeds sterker. Het enige waar ik nog aan kon denken was: ‘Ik wil dood. Ik wil terug naar het licht. Dit leven kán ik niet meer aan en iedereen is beter af als ik er niet ben’.
Ik wilde weer de geborgenheid ervaren. Ik wilde… ja, wát wilde ik? In ieder geval niet meer dit. En ging allerlei scenario’s bedenken hoe ik dan mijn dood zou bewerkstelligen. De vorige keer was het niet gelukt met de medicijnen, dus nu moest ik nog meer opsparen. En dat deed ik. Ik spaarde zóveel op, dat ik zeker wist dat ik hiermee mijn leven kon beëindigen.
Serieus voorbereid
Een half jaar bereidde ik het voor, en sprak er met niemand over. Want veronderstel dat ze me zouden tegenhouden. Inmiddels was ik 24 jaar oud en de dag zou komen dat ik het zou doen. Ik had álles voorbereid. De kinderen waren niet thuis, ze waren uit logeren bij mijn moeder… de hele dag. En mijn man had een bijeenkomst, dat ook de hele dag zou duren.
Ruim een uur nadat hij was vertrokken, de kinderen waren de vorige avond al uit logeren gegaan, nam ik de pillen in en dacht: ‘Nu kan ik gaan, ik heb zoveel pillen, niemand kan mij meer tegenhouden’. Ik ging op bed liggen en voelde een heerlijke diepe vrede in me komen. En gleed weg naar een wereld van licht en liefde, een overweldigend fijn gevoel. En was ervan overtuigd dat ik nooit meer wakker zou worden. Het licht trok me en omarmde me!
Geen afscheidsbrief
Voor dit gebeuren heb ik er over gedacht om een afscheidsbrief te schrijven. Wat had ik moeten schrijven? Dat mijn hele leven één grote leugen was? Dat alles wat anderen zagen, niet de werkelijkheid was? Dat ik van binnen iemand anders was dan dat ik van buiten liet zien?
Op een gegeven moment kwam ik na bijna een week in coma te hebben gelegen weer bij. Hoe dat kwam? Mijn man was zijn tas vergeten, hij moest met de trein van Arnhem naar Ede. Hij zat al in de trein toen hij daarachter kwam. Er zaten belangrijke papieren voor die dag in die had hij nodig had. Hij kwam terug, vond me op bed, dacht eerst dat ik sliep, maar kon me niet wakker krijgen.
De ambulance bracht me naar het ziekenhuis, waar mijn maag werd leeggepompt. Iedereen dacht dat ik het niet zou halen. Na zes dagen kwam ik toch weer bij. Dát was voor mij het teken van: nu moet ik er toch écht iets aan gaan doen. Want dit is de zoveelste keer dat ik het heb geprobeerd en wéér is het niet gelukt. Dus op de één of andere manier mág ik dus niet weg! En ik liet me vrijwillig opnemen op de psychiatrische afdeling van het ziekenhuis, drie maanden lang.
De vechtlust kwam weer terug
Daar kwam ik tot de conclusie dat ik dit léven wat ik had niet meer wilde, in plaats van niet meer te willen leven. In die drie maanden maakte ik daar vreselijke dingen mee. Ik was opstandig en boos, werd in de isoleercel gegooid, werd verkracht door de psychiater, etc. etc. Iemand, die er psychisch erg aan toe was, kwam met een schaar naar me toe om me te vermoorden. In die drie maanden gebeurde dingen die echt afschuwelijk waren.
En ineens was daar die vechtlust weer. Mede doordat ik uit mijn (thuis)situatie was, kon ik beter zien waar het nou allemaal om ging en hóe het was bij mij. Tijdens die opname kreeg ik bericht dat mijn man in ons huis samenwoonde met iemand anders. Al die tijd, hoorde ik van mijn ouders, had hij niet meer naar de kinderen omgekeken. Dat laatste maakte mij een leeuwin. Ik zei dat ik naar huis ging en dat mocht, ik had al eerder weg gemogen. Daarvoor durfde ik nog niet, ik durfde niet meer op straat, ik was bang voor wat de mensen zouden zeggen.
Maar het bericht dat mijn man drie maanden lang niet naar de kinderen had omgekeken, bracht bij mij de vechtlust terug. Ik vocht voor het behoud van mijn kinderen. Dezelfde dag nog heb ik mijn man de deur uitgezet. Hij ontkende alles, maar ik vond genoeg tekenen om mijn vermoedens te bevestigen: spullen van iemand anders, kleren van iemand anders, want hij wist niet dat ik die dag thuis zou komen.
Je doet het goed!
Door mijn kwaadheid kreeg ik weer de vlam om te leven. Wanneer je zelfmoord wilt plegen lijkt het dat je niet meer wilt leven. In wezen is het dat je dít leven niet meer wil. Je kan het leven dat je NU hebt niet aan. Of doordat je jezelf allerlei schuldgevoelens aanpraat, of dat je met een lichamelijk probleem niet om kan gaan. Het is op een gegeven moment zo’n innerlijke drang die in je groeit en groeit. Je ziet op een gegeven moment geen andere uitweg meer.
Ik wist na mijn coma: dit zal ik nooit meer doen. Tijdens de coma werd ik, heel liefdevol, naar de aarde teruggestuurd met de boodschap dat mijn leven nog lang niet klaar was. Er lagen grote plannen op me te wachten. En dat niet alleen, er werd gezegd: Je bent een goede moeder, maar alleen als je de moeder bent zoals jezelf wilt zijn. Luister niet meer naar de adviezen. Het is boekenwijsheid, volg je intuïtie, dan is het altijd goed.
Weet dat het leven is als de natuur!
Mocht je zelfmoordneigingen hebben, je wilt je huidige leven niet meer… Het mooie van het leven is, dat wij ons leven weer kunnen veranderen. Misschien, of eigenlijk zeker, niet alleen. Je zelfmoordgedachten zijn soms al zo in je genesteld of geworteld dat het verstand de macht heeft. Onder begeleiding lukt het beter om weer bij je innerlijke IK komen. Dus zoek hulp en doe het niet alleen.
Veronderstel dat je op jouw manier zelfmoord wilt plegen, en je daarna voor de rest van je leven in een rolstoel beland. Het is niet voor iedereen gegeven dat je gezond uit een zelfmoordpoging komt. Het leven is net als de natuur. Soms lijkt iets dood te zijn, maar komt het toch weer tot leven!
Weet dat de Ziel krachtiger is dan de wil van de mens. Je Ziel bepaalt wanneer en hoe je uit dit leven gaat. Wanneer je Ziel nog verder wil met dit leven, dan blijf je leven!
Stuur je vraag of verhaal…
Volgende week geef ik adviezen voor iedereen die met dit onderwerp te maken heeft. Mocht je hier vragen over hebben, of erover wilt vertellen? Stuur je mail met daarin je geboortedatum naar daisha@radiomerlijn.nl
Je geboortedatum is om me op je af te kunnen stemmen, en met je Ziel te kunnen ‘praten’. Privacy is verzekerd, in mijn programma noem ik nooit namen of geboortedata.
Ik beantwoord je vraag, of vertel je verhaal in mijn radioprogramma Zielsverwanten. Het is erg belangrijk dat zelfmoord of zelfdoding – hoe je het ook wilt noemen – uit de taboe-sfeer komt. Er zijn momenteel te veel mensen die rondlopen met de gedachte: ik wil niet meer leven!
Lieve groet,
Daisha
P.s: Heb je een vraag, en dat kan over van alles zijn. Stuur deze naar daisha@radiomerlijn.nl Ik beantwoord je vraag in mijn radioprogramma ‘Zielsverwanten’. Tweewekelijks op zaterdag om 20.00 uur te beluisteren via Radio Merlijn ! En daarna nog de hele week bij Uitzending gemist. Vermeld wel je geboortedatum er bij en/of van de betrokkenen plus voornaam. Ik vertel deze niet in de uitzending, dus privacy verzekerd.
Wil je automatisch op de hoogte blijven? In de linker zijkolom van dit artikel (of bovenin het artikel op wanneer je op je mobiel leest) kun je je abonneren op mijn blogupdates. Of ontvang elke week informatie over mijn radioprogramma’s, hier kun je deze gratis nieuwsbrief aanvragen. Daarin staat ook iedere week mijn blog vermeld, dus dat is twee in één!
Contact
Daisha de Wijs
Wellenbergweg 2
7383 RX Voorst gem. Voorst
KvK 71678212
BTW nr. NL858806940B01
© 2020 Daisha de Wijs - All Right Reserved | Webdesign en realisatie door De Grinthorst
Ontvang nieuwe artikelen per email
Met mijn wekelijkse blog updates per email mis je nooit meer een artikel